ethische code
Onze Ethische Code: Waarborg voor Vertrouwen en Integriteit
Bij Hypnosevereniging België hechten we veel belang aan het welzijn, de veiligheid en de waardigheid van iedereen die met ons werkt. Onze ethische code is geen formaliteit, maar een levend kompas dat ons dagelijks handelen richting geeft.
Op deze pagina vind je de basisprincipes en gedragsregels waar al onze leden, therapeuten, coaches en partners zich aan verbinden. Zo garanderen we professioneel, respectvol en transparant werken – altijd in het belang van onze cliënten en met aandacht voor hun unieke verhaal.
Wij geloven dat vertrouwen begint bij duidelijkheid. Daarom stellen we onze ethische code open voor iedereen die met ons samenwerkt of gewoon nieuwsgierig is naar onze waarden.
Hoofdstuk I: Beroepscode en wetgeving
De Beroepscode is geformuleerd tegen de achtergrond van:
– De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens,
– Het Verdrag betreffende de Rechten van het Kind,
– De Wet op de consumentebescherming van 1 juni 2023
– Het Wetboek van Strafrecht. De therapeut is op de hoogte van de voor hem relevante onderdelen van deze wetgeving en handelt volgens de wet.
In de Beroepscode is omwille van de leesbaarheid gekozen voor de mannelijke vorm daar waar beide geslachten zijn bedoeld.
Hoofdstuk II
Artikel 1 : Definities
Beroepsmatig handelen: alle handelingen die de therapeut, coach of showhypnotiseur verricht wanneer hij optreedt in zijn functie.
Betrokkene: eenieder die direct of indirect betrokken is bij het beroepsmatig handelen van de therapeut, coach of showhypnotiseur of die daardoor in zijn belangen wordt geraakt; zoals de partner en naaste verwanten van de cliënt, de wettelijk vertegenwoordiger(s), collega-therapeut, et cetera.
Dossier: de op een cliënt betrekking hebbende verzameling van gegevens, die de therapeut of coach in zijn beroepsmatig handelen heeft verkregen en die hij bewaart vanwege hun relevantie voor de kwaliteit en continuïteit van de professionele relatie. We kunnen ook spreken over cliëntendossier of coacheenota’s.
Koepelorganisatie: een organisatie van beroepsverenigingen die de aangesloten beroepsvereniging en zijn leden vertegenwoordigt op overkoepelend niveau.
HVB: De beroepsorganisatie die ten doel heeft de belangen van haar leden te behartigen.
Professionele relatie: de op behandeling, advisering en/of begeleiding gerichte relatie tussen een therapeut en een cliënt.
Cliënt: de persoon met wie de therapeut een professionele relatie onderhoudt of onderhouden heeft.
Coachee: de persoon met wie de coach een professionele relatie onderhoudt of onderhouden heeft.
Wettelijke vertegenwoordiger(s): – de ouder(s) van een minderjarige cliënt, die het ouderlijk gezag over hem uitoefent of uitoefenen, dan wel de voogd van de minderjarige cliënt – de door de rechter benoemde curator of mentor van de meerderjarige cliënt
Artikel 2 : Uitgangpunten van de Beroepscode
2.1. De Beroepscode kan worden omschreven als de codificatie van ethische en praktische normen en beginselen omtrent hetgeen in de uitoefening van een beroep behoort te worden gedaan en te worden nagelaten jegens de cliënt, coachee, collega’s, en anderen.
2.2. Gedragsregels kunnen worden omschreven als leidraad voor wat in de betrokken beroepsgroep en de maatschappij wordt beschouwd als goed professioneel handelen.
2.3. De Beroepscode en gedragsregels komen te allen tijde voort uit en zijn een verlenging van de statuten, beroepsprofiel, huishoudelijk reglement, straf- en tuchtrecht.
2.4 De therapeut, coach & showhypnotiseur is te allen tijde gehouden aan de wettelijke bepalingen gesteld door de Beroepscode, versie 12 mei 2024, Belgische en Europese wetgevers.
2.5 Daar waar de wet niet in voorziet, zal de therapeut gehouden zijn te handelen overeenkomstig de bepalingen van de Beroepscode voor therapeuten, coaches en showhypnotiseurs.
2.6 Hij zal geen handelingen verrichten die in strijd zijn met de beroepsethische opvattingen of gedragsregels die voor complementaire, medische of paramedische beroepen gelden.
Artikel 3 : Algemene bepalingen
3.1 Zorgvuldigheid
De hypnotherapeut, hypnocoach en showhypnotiseur neemt in de uitoefening van zijn beroep de zorgvuldigheid in acht door te handelen naar de inhoud van deze Beroepscode.
3.2 Onverenigbaarheid van artikelen en afwijking van de Beroepscode
3.2.1. De Beroepscode kan geen eenduidige handleiding zijn.
Het is onvermijdelijk dat de regels soms een zekere professionele handelingsruimte zullen openlaten. In het oog moet worden gehouden dat in een gegeven situatie verschillende basisprincipes en daarop gebaseerde “richtlijnen” gelijktijdig geldig zijn, die met elkaar op gespannen voet kunnen staan.
Wanneer er sprake is van een dergelijk dilemma, dient afweging gemaakt te worden welke ethische principes het zwaarst wegen. De beroepscode is dan het hulpmiddel voor de therapeut of coach om zijn ethische afwegingen te expliciteren en tot een verantwoorde keuze te komen.
Enkel voor hypnotherapeuten zijn volgende regels ook van toepassing:
3.2.2. Als bij de therapeut in een bepaalde situatie het volgen van een bepaling van de Beroepscode ertoe leidt dat een andere bepaling van deze Beroepscode niet gevolgd kan worden, weegt hij de gevolgen van de keuze voor één van de bepalingen zorgvuldig af en overweegt hij ervaren collega’s te consulteren.
3.2.3. De overwegingen om tot een keuze te komen en de uiteindelijke keuze worden schriftelijk en gemotiveerd in het dossier vastgelegd, waaruit blijkt dat een zorgvuldige belangenafweging heeft plaatsgevonden en in de geest van de regelgevers wordt gehandeld.
3.2.4. Is er geen sprake van strijdige artikelen, maar heeft de therapeut toch redenen om van de door de Beroepscode voorgeschreven handelwijze af te wijken, dan dient hij een ervaren collega therapeut te raadplegen, die niet rechtstreeks bij de professionele relatie is betrokken, alvorens te beslissen over zijn handelwijze.
3.3. Afwijken van de beroepscode vanwege specifieke wettelijke regels.
Als specifiek wettelijke regels de therapeut verplichten af te wijken van enige bepaling van de Beroepscode, zal de therapeut zoveel mogelijk de overige bepalingen van de Code volgen.
3.4 Minderjarige cliënt
a. Als de cliënt minderjarig is (tot de leeftijd van 12 jaar) worden in de Beroepscode aan hem toegekende rechten uitgeoefend door zijn wettelijke vertegenwoordiger(s), tenzij de therapeut redenen heeft aan te nemen dat de belangen van de cliënt ernstig zouden worden geschaad door de betrokkenheid van de wettelijke vertegenwoordiger(s) bij de professionele relatie.
b. Vanaf de leeftijd van 12 jaar wordt de cliënt, ongeacht de aanspraken van zijn wettelijke vertegenwoordiger(s), zoveel mogelijk bij de uitoefening van zijn rechten betrokken.
c. De cliënt wordt geacht in ieder geval zelf te kunnen beslissen als hij de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, tenzij hij niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake.
3.5 Informatie aan de ouder zonder gezag
Als slechts één van de ouders het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige cliënt, dan verschaft de therapeut de informatie over de cliënt die hij aan deze ouder verstrekt ook aan de andere ouder, tenzij dit in strijd zou zijn met de belangen van de minderjarige cliënt.
Zeker bij gescheiden ouders is het van belang beide ouders informatie te verschaffen en dit te communiceren met de cliënt en de andere ouder.
3.6. Meerderjarige wilsonbekwame cliënt
Als de cliënt meerderjarig is, maar niet in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, worden de in de Beroepscode aan hem toegekende rechten uitgeoefend door zijn wettelijke vertegenwoordiger. Als er geen wettelijke vertegenwoordiger is benoemd, worden de rechten uitgeoefend door een vertegenwoordiger die door de cliënt is aangewezen.
Als de cliënt dit niet heeft kunnen doen, dan laat de therapeut de rechten van de cliënt uitoefenen door respectievelijk de echtgenoot of levensgezel, ouder, kind, broer of zus van de cliënt, tenzij de cliënt dat niet wenst of de therapeut dat niet in het belang van de cliënt acht. Ook als er sprake is van een vertegenwoordiger zoals boven vermeld, dan nog betrekt de therapeut de meerderjarige wilsonbekwame cliënt waar mogelijk bij de uitoefening van zijn rechten.
Beslissingen van de genoemde vertegenwoordigers worden door de therapeut niet gevolgd als hij in de gegeven omstandigheden meent dat dit zou strijden met de belangen van de cliënt.
In voornoemde situaties bij 3.4, 3.5 en 3.6 zal de therapeut schriftelijk vastleggen om welke reden hij anders handelt dan normaal te doen gebruikelijk is.
Hoofdstuk III De basisvoorwaarden van de beroepsuitoefening als therapeut
Onder de basisvoorwaarden van de beroepsuitoefening worden verstaan: respect, eerlijkheid, integriteit, autonomie, zorg voor kwaliteit, ethisch handelen, verantwoording, vertrouwelijkheid, deskundigheid.
Artikel 4: Respect
4.1. De therapeut toont respect voor de fundamentele rechten en waardigheid van de mens. Hij respecteert het recht op privacy en vertrouwelijkheid. Hij heeft daartoe een eigen AVG beleid uitgetekend, conform de toepasselijke wetgeving, en die beschikbaar gezet op zijn website.
4.2. De therapeut benadert de cliënt met respect. De coach benadert de coachee met respect.
De showhypnotiseur benadert de deelnemer aan zijn activiteiten met respect.
Hij gaat aan de slag met de betrokkene, ongeacht diens nationaliteit, ras, geslacht, leeftijd, stand, sociale status, levensovertuiging, religie of seksuele geaardheid et cetera.
4.3. De therapeut of coach geeft zich rekenschap van en respecteert de kennis, het inzicht en de ervaring van de cliënt of coachee.
4.4. De therapeut respecteert de psychische en lichamelijke integriteit van de cliënt en tast hem niet in zijn waardigheid aan.
Artikel 5 Eerlijkheid
5.1. Het lid voorkomt misleiding in zijn beroepsmatig handelen.
5.2. Het lid maakt geen misbruik van zijn beroepsmatige kennis en vaardigheden of van overwicht dat voortvloeit uit zijn deskundigheid of positie
5.3. Het lid wekt reële verwachtingen met betrekking tot de aard, de te verwachten effecten en de gevolgen van zijn beroepsmatig handelen
Artikel 6 Integriteit
6.1. Het lid streeft naar integriteit in zijn beroepsuitoefening. Hij betoont eerlijkheid, gelijkwaardige behandeling en openheid naar de cliënt of coachee en zijn omgeving.
6.2 Voorwaarden voor aanvang en voortzetting van de professionele relatie
Het lid vangt alleen een therapeutische relatie aan of zet deze voort, als dit professioneel en ethisch verantwoord is. Hij aanvaardt geen opdrachten die in strijd zijn met de beroepsethiek.
6.3. Niet meewerken aan werkzaamheden die strijdig zijn met de ethische code van HVB
Het lid verleent geen medewerking aan werkzaamheden (van anderen) die in strijd zijn met de Beroepscode.
6.4. Onafhankelijkheid en objectiviteit
Het lid zorgt ervoor dat hij beroepsmatig onafhankelijk en objectief kan handelen.
6.5. Vermijden van het vermengen van professionele en niet-professionele rollen
Het lid vermengt professionele en niet-professionele rollen niet zodanig met elkaar dat hij niet meer in staat kan worden geacht professionele afstand tot de cliënt te bewaren of dat de belangen van de cliënt worden geschaad.
6.6. Geen seksuele gedragingen ten opzichte van en geen seksuele relatie met de cliënt
6.6.1 Indien er sprake is van gevoelens, niet behorend bij een professionele relatie, dient het lid direct een collega of de vertrouwenspersoon van de koepelorganisatie te raadplegen. In zo’n situatie zal het lid een collega-therapeut of coach benaderen om de therapie of coaching verder te zetten.
6.6.2 Het lid gaat geen seksuele relatie aan met zijn cliënt of coachee tijdens het behandelproces of binnen zes maanden direct aansluitend hieraan.
6.7 De grenzen van aanraken
6.7.1 Aanraken van de cliënt is acceptabel als onderdeel van sociale normen en waarden, zoals een hand geven/aanbieden bij binnenkomst en vertrek van de cliënt.
6.7.2 Aanraken is daarnaast uitsluitend aanvaardbaar met expliciete toestemming en met in achtneming van grenzen van de cliënt. Aanraken van de geslachtsorganen, billen en borst(en) is te allen tijde verboden.
6.7.3 Aanraken dient uitsluitend het belang van de cliënt en moet ook passend zijn voor de therapeut. Aanraken kan bijdragen in het helingsproces van de cliënt, mits rekening wordt gehouden met bovenstaand.
6.7.4 Aanraken kan noodzakelijk en/of functioneel zijn bij bijvoorbeeld lichaamsgericht werken, regressietherapie, IEMT, EMDR en EFT, het versterken van opkomende gevoelens en het afstemmen bij ademtherapie.
De therapeut of coach die kiest voor aanraking, dient de reden hiertoe van tevoren te kunnen onderbouwen en in het dossier op te nemen.
Echter: aanraken moet minimaal blijven en met begrenzing worden ingezet ter ondersteuning van het proces van de cliënt.
6.7.5 Vooraf dient te allen tijde toestemming van de cliënt te worden verkregen.
6.7.6 Aanraken is niet acceptabel indien het geen toegevoegde waarde heeft voor het therapeutisch handelen, de interventie van dat moment of de oplossing van het probleem van de cliënt.
Aanraken is niet acceptabel indien dit uitsluitend het belang of de behoefte dient van de therapeut. Overweeg altijd of aanraking voorkomen kan worden, buiten de sociale context om: gebruik bijvoorbeeld de handen van de cliënt zelf, leg een handdoek tussen jouw handen en het lichaam van de cliënt of gebruik zandzakjes indien drukverhoging om gevoel te versterken noodzakelijk lijkt.
6.8 Betalingen
6.9.1 Het lid brengt voor zijn behandelingen ten hoogste een vergoeding in rekening die in overeenstemming is met de uitgevoerde behandeling.
6.9.2 Het lid neemt geen gelden of goederen aan, anders dan vergoedingen voor de behandelingen.
6.9.3 De therapeut sluit geen leningovereenkomst met een cliënt af.
Artikel 7 Autonomie
7.1 Het lid respecteert bij zijn beroepsmatig handelen de autonomie, eigen verantwoordelijkheid en zelfbeschikking van de cliënt en bevordert deze, voor zover dit te verenigen is met de andere professionele verplichtingen van de therapeut en de wet.
De zelfbeschikking van de cliënt komt in het bijzonder tot uiting in het recht de professionele relatie al dan niet aan te gaan met de therapeut, voort te zetten, dan wel te beëindigen, zelfs zonder opgave van redenen.
7.2. Het lid laat de zelfbeschikking van de cliënt – in het geval die wordt beperkt door zijn leeftijd, aanleg en ontwikkeling en geestelijke gezondheid, binnen deze beperkingen, zoveel mogelijk tot zijn recht komen.
7.3. Het lid kan slechts met toestemming van de cliënt en/of zijn wettelijke vertegenwoordiger een professionele relatie met iemand uit de directe omgeving van de cliënt aangaan of voortzetten.
7.4. Het lid biedt de cliënt de gelegenheid voor overleg over diens wensen en meningen betreffende de invulling van de professionele relatie, tenzij dat een goede voortgang van de professionele relatie in de weg staat.
7.5. Het lid geeft de cliënt desgevraagd inzage in en een afschrift van diens dossier. Dit mits schriftelijke aanvraag. Het afschrift moet binnen de maand bezorgd worden aan de betrokkene.
Alvorens inzage te geven, verwijdert de therapeut de gegevens die betrekking hebben op een ander, als diens belang een overwegend karakter heeft. Dat wil zeggen dat u moet beoordelen of de persoonlijke levenssfeer van de ander door de inzage wordt geschonden en of het belang van de privacybescherming van de ander zwaarder weegt dan het belang van de cliënt om zijn dossier in te zien.
7.6. Het lid richt het dossier naar vorm en inhoud zo in dat het voor de cliënt redelijkerwijs toegankelijk is.
7.7. Op schriftelijk verzoek van de cliënt wordt diens dossier door de therapeut vernietigd. Dit conform de AVG (GDPR) wetgeving.
Het verzoek tot vernietiging wordt bewaard.
Uitzondering: U mag een verzoek om vernietiging van bepaalde gegevens afwijzen als een ander dan de cliënt een aanmerkelijk belang heeft bij het bewaren van die gegevens. U moet dan aannemelijk maken dat het belang van die ander groter is dan het belang dat de cliënt heeft bij de vernietiging. Het moet gaan om een concreet, actueel belang. Ook als therapeut of coach kunt u een aanmerkelijk belang hebben bij het bewaren van bepaalde gegevens. Dit is bijvoorbeeld het geval als een cliënt of coachee een juridische procedure tegen u is gestart of als u op reële gronden kunt aannemen dat de cliënt dit binnenkort gaat doen.
Artikel 8 Deskundigheid
8.1. Het lid onderkent zijn professionele verantwoordelijkheid ten opzichte van de cliënt, diens omgeving en de maatschappij.
8.2. Het lid is verantwoordelijk voor zijn beroepsmatig handelen en de kwaliteit hiervan.
8.3 Het lid onthoudt zich van gedragingen waarvan hij weet of redelijkerwijs kan voorzien dat deze het vertrouwen in (het toepassen van) hypnotherapie of hypnocoaching, in de HVB en/of andere collega’s kunnen schaden.
8.4. Het lid zorgt voor goede kwaliteit, zorgvuldigheid en de ethische aspecten van zijn beroepsmatig handelen, hetgeen concreet inhoudt dat het lid:
8.4.1. de cliënt naar beste vermogen de meest adequate behandeling geeft, zonder aanziens des persoons, voor zover zijn vaardigheden en bevoegdheden reiken.
8.4.2. therapeutische hypnose toepast opdat de levenskwaliteit van de cliënt verbetert.
8.4.3. indien noodzakelijk doorverwijst naar een collega met andere therapeutische bekwaamheden.,
8.4.4. alleen die hulp biedt waar de cliënt om vraagt of bij is gebaat.
8.4.5. in het belang van de cliënt steeds zodanig optreedt, dat bij de cliënt geen twijfel kan rijzen omtrent de persoon of deskundigheid van de therapeut.
8.4.6. de cliënt, indien er geen spoedeisende hulp nodig is, zal wijzen op een eventuele wachttijd; indien de cliënt niet binnen een redelijke termijn in behandeling kan worden genomen, de therapeut de betreffende cliënt zal adviseren naar een collegatherapeut te gaan.
8.4.5 de behandeling waar mogelijk afstemt op de hulpvraag, de waarden en normen, leefregels, gewoonten en de culturele en levensbeschouwelijke opvattingen van de cliënt.
8.4.6. de cliënt of diens wettelijke vertegenwoordiger en/of betrokkene(n) voorafgaand aan de behandeling informeert over de wijze van behandeling, de kosten hiervan en de Beroepscode,
9. het lid handelt volgens professionele en ethische normen, in overeenstemming met de stand van de wetenschap en gaat zorgvuldig te werk gaat bij het toepassen van nieuwe methoden.
10. Het lid verwijst de cliënt tijdig door naar een andere zorgverlener indien hij hierbij gebaat lijkt.
11. Het lid onthoudt zich van handelingen en uitspraken die buiten het terrein van zijn eigen kennis en kunnen zijn gelegen.
12. Het lid geeft de cliënt niet de indruk dat iedere ziekte in de ruimste zin van het woord kan worden genezen door hypnotherapie. Hij heeft de plicht in samenwerking met de cliënt te werken aan bevordering of herstel van de gezondheid en/of welbevinden van de cliënt middels activering van diens herstelmogelijkheden en innerlijk evenwicht. Als er geen verdere verbetering te verwachten valt, zal hij de cliënt niet nodeloos langer behandelen. Hij zal in overleg met de cliënt de therapie beëindigen.
13. Het lid heeft de vrijheid heeft om een bepaalde cliënt niet in behandeling te nemen of, indien nodig, de relatie met de cliënt gemotiveerd kan verbreken, mits hij zorgt, na bespreking met de cliënt, voor adequate vervanging of verwijzing van de cliënt.
14. Het lid is persoonlijk volledig verantwoordelijk voor zijn beroepsmatig handelen.
15. Het lid verzekert zich van de nodige vrijheid om te handelen naar de eisen die de ethische code hem stellen. Deze verantwoordelijkheid kan niet worden overgedragen aan een collega.
16. Het lid streeft naar het verwerven en handhaven van een hoog niveau van deskundigheid in zijn beroepsuitoefening door kennis en vaardigheden op peil te houden. Hij neemt de grenzen van zijn deskundigheid in acht en de beperkingen van zijn ervaring.
17. De therapeut biedt alleen diensten aan en gebruikt die methoden en technieken, waarvoor hij gekwalificeerd is door gecertificeerde opleiding, training en ervaring. Het lid houdt de professionele deskundigheid en vaardigheden die nodig zijn voor het op verantwoorde wijze uitvoeren van zijn vak, op peil en ontwikkelt en toetst deze met de recente ontwikkelingen in zijn vakgebied. Verdieping in een bepaald gebied van de hypnotherapie zal de brede kijk op het totale vakgebied niet mogen beperken.
18. De therapeut houdt de voor hem relevante vakliteratuur bij en neemt deel aan relevante bij- en nascholing.
19. Het lid onderkent zijn professionele en persoonlijke beperkingen en is daar open over. Waar nodig roept hij deskundig advies en ondersteuning in, en verwijst zo nodig door. Het lid neemt in zijn beroepsmatig handelen de grenzen van zijn deskundigheid in acht en aanvaardt geen opdrachten waarvoor hij deskundigheid mist.
20. Voor zover mogelijk onderkent de therapeut in een vroeg stadium tekenen die wijzen op zodanige persoonlijke, psychische of fysieke problemen, dat zijn beroepsmatig handelen negatief beïnvloed dreigt te worden. Hij roept tijdig deskundig advies en ondersteuning in om de problemen te voorkomen of te verminderen.
21. Staken van het beroepsmatig handelen bij verminderd vermogen Als zijn psychische, lichamelijke of oordeelkundige vermogens zodanig zijn aangetast of verminderd dat dit een verantwoorde beroepsuitoefening in de weg staat, staakt de therapeut zijn beroepsmatig handelen zolang deze toestand duurt.
22 Privacy
22.1. De therapeut draagt er zorg voor dat in de behandelruimte en/of wachtruimte de privacy van de cliënt en/of betrokkene(n) op ieder gebied gewaarborgd wordt.
22.2. De therapeut draagt er zorg voor dat de gesprekken tussen hem en de cliënt en/of betrokkene(n) buiten het gehoor van anderen blijven en de behandeling buiten het zicht van anderen plaatsvindt.
22.3. De therapeut neemt in redelijkheid alle voorzorgen dat er in de schriftelijke, telefonische of elektronische communicatie met de cliënt of andere betrokkene(n) zorgvuldigheid in de communicatie wordt betracht, hetgeen inhoudt dat geen vertrouwelijke gegevens over de cliënt zonder diens toestemming ter kennis komen van derden.
22.4. De therapeut zorgt ervoor dat het dossier in een afsluitbare kast wordt bewaard. Zonder de toestemming van de therapeut heeft niemand toegang tot de dossiers, zodat de vertrouwelijkheid van de gegevens gewaarborgd blijft. In het directe contact met de cliënt en betrokkene(n) gaat de therapeut een vertrouwensrelatie aan. Daarom is de therapeut verplicht tot geheimhouding van hetgeen hem uit hoofde van zijn beroep ter kennis komt, voor zover die gegevens van vertrouwelijke aard zijn. Onder deze verplichting valt ook het professionele oordeel van de therapeut over de betrokkene.
De geheimhoudingsverplichting blijft na beëindiging van de professionele relatie bestaan.
Het lid is niet gehouden geheimhouding in acht te nemen als hij gegronde redenen heeft om te menen dat het doorbreken van de geheimhouding het enige en laatste middel is om direct gevaar voor personen te voorkomen, dan wel wanneer hij door wettelijke bepalingen of een rechterlijke beslissing daartoe wordt gedwongen.
Als te voorzien is dat een dergelijke situatie zich kan voordoen, stelt de therapeut de cliënt en/of betrokkene(n) ervan op de hoogte dat hij in dat geval genoodzaakt kan zijn de geheimhouding te doorbreken, tenzij door een dergelijke mededeling acuut gevaar voor hemzelf of derden kan ontstaan.
Artikel 23 Collegiale samenwerking
23.1. Het lid streeft naar het in stand houden van een goede samenwerking met collegae en andere hulpverleners op het terrein van de gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening.
Dit doet hij door:
– andere zorgverleners alle hulp aan te bieden die hij krachtens zijn deskundigheid en ervaring kan bieden.
– bereidheid tot samenwerking en het verstrekken van goede informatie op basis van wederkerigheid, met toestemming van de cliënt.
– bij een doorverwijzing van de cliënt naar een collega, te overleggen met de collega, met toestemming van de cliënt, en geen relevante informatie achter te houden.
– te bemiddelen, indien om welke reden dan ook, een onder behandeling zijnde cliënt geadviseerd wordt een andere therapeut te raadplegen.
Wordt door de therapeut aan een collega een rapport uitgebracht, dan vermeldt deze in dit rapport alleen dat, wat voor een beoordeling/hulpverlening ten dienste van het therapeutisch doel noodzakelijk is en rekening houdend met de cliënt. Het rapporteren aan een collega kan uitsluitend met toestemming van de cliënt geschieden.
– nieuwe kennis en behandelingsmethoden niet voor zichzelf te houden. Hij zal deze op geëigende wijze ter beschikking stellen aan collegae, zodat zoveel mogelijk cliënten ervan kunnen profiteren.
– activiteiten te ondersteunen en/of te initiëren met als doel de bevordering van kwaliteit en ontwikkeling van het beroep en in de activiteiten van een beroepsvereniging te participeren.
– voor een collega waar te nemen tijdens ziekte of vakantie met uitdrukkelijke toestemming van de cliënt van de betreffende collega.
Beroepsaansprakelijkheid en geschillencommissie
24. Ter bescherming van zowel de cliënt als zichzelf, is de therapeut verplicht zich minimaal tegen Beroepsaansprakelijkheid te verzekeren.
Tarieven
25. De therapeut dient ervan doordrongen te zijn, dat zowel een onmatig hoog als een onredelijk laag honorarium het aanzien van en het vertrouwen in het beroep en zijn beoefenaren kan schaden.
Publiciteit en adverteren
26. De publicitaire uiting c.q. advertentie zal te allen tijde Hypnotherapie c.q. Psychosociale begeleiding uitdragen.
27. Indien er wordt gesproken c.q. geschreven over technieken zoals: regressie, reïncarnatie, NLP, imaginatie, RET, etc. dan zal de therapeut benadrukken dat deze technieken gereedschappen zijn bij de toepassing van hypnotherapie.
28. Als lid van de HVB zal de therapeut zich tijdens interviews, redactioneel en in advertenties, onthouden van irreële beweringen als zou het vak een “gave zijn”, of dat hypnotherapie een kwestie is “van gebruikmaken van bovennatuurlijke of magische krachten, talenten en dergelijke”.
29. De inhoud van de advertentie dient kort en zakelijk te zijn. Men dient de advertentie op een daartoe redelijkerwijs geëigende plaats te doen opnemen.
30. Sterk commercieel getinte, “schreeuwerige” reclame-uitingen en/of advertenties zijn niet toegestaan. De advertentie mag uitsluitend dienen om potentiële cliënten op behandelmogelijkheden van problemen en klachten attent te maken.
De advertentie mag geen onhaalbare verwachtingen wekken c.q. diffuse taal bevatten.
